Klauwieren in Nederland; Gemaskerde killers van open terreinen en globetrotters

Er zijn van die vogelsoorten waar je net wat meer bewondering voor hebt. Bij mij waren dat jarenlang enkel roofvogels en uilen, al van kinds af aan. Een vogelfamilie die mij de laatste jaren steeds meer heeft weten te fascineren, is die van de Klauwieren (Laniidae). Hun uiterlijk, ecologie, leefwijze, trekgedrag en moordlustige manier van jagen spreken me zeer aan. Ik beperk me bij deze tot de klauwierensoorten die zijn vastgesteld in Nederland.

Klauwieren in het algemeen

Klauwieren zou je buitenbeentjes kunnen noemen. Ze behoren tot de orde van de zangvogels, maar dat zou je op het eerste gezicht niet zeggen. In de tijd dat ik me nog niet zo had verdiept in klauwieren dacht ik dat ze tot de roofvogels behoren vanwege hun scherpe en stevige haaksnavel en moordende neigingen. Klauwieren staan erom bekend dat ze hun gevangen prooi spietsen op iets scherps, zoals een doorn of prikkeldraad, een verschrikkelijke manier om als muis, hagedis, kever of kleine zangvogel aan je einde te komen.

Naast een haaksnavel hebben klauwieren krachtige poten met scherpe nagels. Het zijn middelgrote zangvogels met een lichaamslengte tussen de 15 en 35 cm. Veel soorten hebben een kenmerkend ‘gezichtsmasker’, een brede donkere band door het oog, en vaak doorlopend tot ver achter het oog. De staart is relatief lang. Het zijn min of meer actieve rovers. Klauwieren zitten vaak opvallend en roerloos in de top van struiken en bomen, rustig om zich heen kijkend. Zodra ze een prooi zien gaan ze er als een bezetene achteraan. De methode om gevangen prooien te doden door ze te spietsen op bijvoorbeeld een doorn, is vrij uniek in het dierenrijk. Klauwieren prefereren open terreinen zoals heidegebieden, zandverstuivingen, duinen en overige open gebieden met verspreid staande struiken en bomen.

Wereldwijd komen ca 35 soorten voor, met als bekendste geslacht Lanius, waar onze inheemse klauwieren ook toe behoren, inclusief de soorten die als dwaalgast voorkomen. Meeste soorten zijn langeafstandtrekker, en trekken hoofdzakelijk ’s nachts. De Grauwe Klauwier, welke ’s zomers broedt in Nederland, kan jaarlijks een trektocht afleggen variërend van 4000 tot 11.000 km. In april/mei keren de vogels vanuit het warme Afrika terug naar de broedgebieden, in september/oktober trekken ze weer weg naar het zuiden.

1225962
Grauwe Klauwier, schaarse broedvogel in Nederland (Foto: Folkert Jan Hoogstra)

Klauwieren in Nederland 

Onze inheemse klauwieren zou je kunnen verdelen in 2 groepen: de soorten die hier regulier broeden en overwinteren, en de zeldzame soorten die hier als dwaalgast opduiken. Hieronder worden alle in Nederland waargenomen klauwierensoorten besproken. Grauwe Klauwier en Klapekster zijn de enige reguliere soorten. Grauwe Klauwier is een schaarse broedvogel, Klapekster een vrij algemene wintergast. Alle overige soorten zijn dwaalgast in Nederland, die op de Roodkopklauwier na, alle worden beoordeeld door de CDNA (Commissie Dwaalgasten Nederlandse Avifauna), een commissie die waarnemingen van zeldzame vogels beoordeeld en verifieert.

Bij de reguliere soorten is de status in Nederland en biotoopvoorkeur kort beschreven, bij de zeldzame dwaalgasten wordt ingegaan op de zeldzaamheid binnen Nederland/Europa, en de oorsprong van de soort. Een opsomming van de soorten:

  1. Grauwe Klauwier (Lanius collurio)
  2. Roodkopklauwier (Lanius senator)
  3. Daurische Klauwier (Lanius isabellinus)
  4. Turkestaanse Klauwier (Lanius phoenicuroides)
  5. Bruine Klauwier (Lanius cristatus)
  6. Maskerklauwier (Lanius nubicus)
  7. Langstaartklauwier (Lanius schach)
  8. Klapekster (Lanius excubitor)
  9. Kleine Klapekster (Lanius minor)
  10. Steppeklapekster (Lanius pallidirostris)

Reguliere soorten

Reguliere soorten zijn de Grauwe Klauwier en Klapekster. De Grauwe Klauwier is in Nederland een vrij schaarse broedvogel. De soort broedt hoofdzakelijk in kleinschalig agrarisch landschap en structuurrijke heide- en veengebieden. Kerngebieden in Nederland zijn Drenthe (Bargerveen, Dwingelderveld, Fochteloërveen o.a.), Veluwe en Zuid-Limburg. Na een achteruitgang vanaf de jaren 1950 neemt de soort de laatste jaren weer toe als broedvogel, dankzij gericht natuurbeheer. De Grauwe Klauwier geldt als een indicatorsoort voor een kwalitatief goed functionerend ecosysteem binnen een gebied.

6680819
Grauwe Klauwier in De Peel (Foto: Maurits Martens)

De Klapekster is een heel ander verhaal, deze soort werd in 1999 voor het laatst als zeker vastgesteld als broedvogel, als gevolg van habitatverslechtering in broedgebieden. Door verzuring en vermesting nam het prooiaanbod drastisch af.

Tegenwoordig is de Klapekster een vrij algemene overwinteraar bij ons. In het najaar arriveren de vogels, met een piek in half oktober. Vanuit Scandinavië en Siberië trekken de vogels naar zuidelijkere oorden om te overwinteren. Enkele honderden Klapeksters zijn bij ons als wintergast, voornamelijk in heide- en veengebieden, duingebieden en gebieden met kleine landschapselementen. Als je tijdens een herfst of winterwandeling in een open gebied met struikjes en verspreide bomen een grijswit bolletje in de top van een boompje ziet, heb je aardig kans dat je met een Klapekster te maken hebt.

6076258
Klapekster op de uitkijk, Oostvaardersplassen (Foto: Rob van der Woude)
2939315
Klapekster met prooi, omgeving Emmen. Ook Klapeksters spietsen een gevangen prooi op een doorn, stekel of dode tak (Foto: Arjan Esschendal)

Dwaalgasten/ zeldzaamheden

En dan zijn er nog de dwaalgasten, soorten die tijdens de voor- en najaarstrek uit koers raken en verdwalen. Zoals gezegd zijn klauwieren langeafstandstrekkers en ‘draaien hun vleugels niet om’ voor een paar duizend kilometer. De meeste zeldzame klauwieren duiken op langs de kust, waardoor het aannemelijk is dat klauwieren, net als veel andere trekvogels, tijdens hun trektochten kustlijnen volgen ter herkenning en navigatie, zoals wetenschappelijk is bewezen bij veel trekvogels.

Een gebied dat er uitspringt wat betreft zeldzame klauwieren in Nederland is de kop van Noord-Holland, Texel meegerekend. Op de Maskerklauwier na, zijn hier alle klauwierensoorten die ooit zijn vastgesteld in Nederland, waargenomen.

Maar liefst 8 soorten klauwieren zijn als zeldzame dwaalgast in Nederland vastgesteld, de één zeldzamer dan de ander. De soort die het vaakst opduikt als dwaalgast betreft de Roodkopklauwier. Deze prachtige klauwierensoort wordt vrijwel jaarlijks zowel in het voorjaar als najaar opgemerkt in Nederland, en broedt o.a. in Zuid-Europa van Spanje tot ver in Turkije. Vaak blijft een verdwaalde Roodkopklauwier een tijdje hangen, omdat een rijk insectenleven zorgt voor tafeltje dekje. Zodra de vogel zich volgevreten heeft en op kracht is gekomen, zal ie verder trekken.

3268219
Roodkopklauwier, een zeldzame maar jaarlijkse dwaalgast in Nederland. Dit vrouwelijke exemplaar zat in de buurt van Den Oever in de kop van Noord-Holland, en liet zich enkele dagen goed bekijken. 06-05-2012 (Foto: Maurits Martens)

Een andere dwaalgast uit zuidelijke oorden is de Kleine Klapekster, die broedt van Zuidoost-Europa tot in Kazachstan en Iran. Inmiddels zijn er meer dan 50 gevallen bekend in Nederland, waarvan 10 de afgelopen 5 jaar.

4853242
Kleine Klapekster, Voorhout – Elsgeesterpolder, 02-06-2013. Een prachtig mannetje in zomerkleed, duidelijk te herkennen aan het zwarte voorhoofd (Foto: Lars Buckx)

Een stuk zeldzamer zijn de Izabelklauwieren, die regelmatig als dwaalgast opduiken in de periode september/november. Izabelklauwier is een verzamelsoort die wordt gebruikt voor 2 min of meer op elkaar lijkende soorten, namelijk Daurische Klauwier en Turkestaanse Klauwier. Met inmiddels 14 zekere waarnemingen, is de Daurische Klauwier vaker gesignaleerd in Nederland dan Turkestaanse Klauwier, waarvan momenteel 3 zekere waarnemingen bekend zijn. Daarnaast zijn er nog enkele Izabelklauwier spec. waarnemingen, waarbij niet kon worden vastgesteld om welke van de 2 soorten het ging. Beide soorten komen uit het verre oosten. Daurische Klauwier broedt o.a. in China, Mongolië en Zuid-Rusland. Turkestaanse Klauwier o.a. van Iran tot Pakistan en China. De soorten overwinteren in Afrika en Arabisch schiereiland.

7587955
Daurische Klauwier, Noord-Hollands duinreservaat, 18-10-2014, 13e waarneming voor Nederland (Foto: Maurits Martens)
7742718
Turkestaanse Klauwier, Noord-Hollands duinreservaat, 21-11-2014, 3e waarneming voor Nederland (Foto: Eric Menkveld)
7554394
Izabelklauwier spec. (Turkestaanse / Daurische Klauwier), Texel, 11-10-2014. Deze vogel bleef ongedetermineerd. Jonge Daurische of Turkestaanse Klauwieren kunnen zo sterk op elkaar lijken, dat een zekere determinatie niet altijd mogelijk is. Soms wordt in zo’n geval DNA (ontlasting, veertjes) verzameld voor onderzoek (Foto: Maurits Martens)

Een andere zeldzame dwaalgast uit oostelijke oorden is de Steppeklapekster, een ondersoort van de Aziatische Klapekster. Deze soort broedt vanaf het Kaspische zeegebied en Afghanistan tot in Mongolië. Overwintert in Centraal-Azië en Afrika. Deze soort is inmiddels 5 keer vastgesteld in Nederland. Het 1e geval betrof in 1994. De overige 4 gevallen waren, opmerkelijk genoeg, allen de afgelopen 4 jaar, waarvan maar liefst 3 in 2014 werden vastgesteld.

4097460
Steppeklapekster op Texel, 2e geval voor Nederland. Het 1e geval zat ook op Texel, in 1994. Deze vogel bleef van 27 oktober tot en met 9 november 2012 (Foto: Theo van Veenendaal)

Tot slot nog 3 soorten, welke allen extreem zeldzaam zijn in Nederland en de rest van (Noordwest) Europa. Te beginnen met de Bruine Klauwier, een soort die normaliter voorkomt in Siberië en Oost-Azië. De laatste jaren lijkt deze soort vaker op te duiken als dwaalgast in Europa. Inmiddels zijn er 22 waarnemingen in Brittannië. Ook als dwaalgast vastgesteld in Denemarken, Zweden, Noorwegen, Ierland, Frankrijk, Italië, Duitsland en in januari 2014 werd de eerste voor Nederland ontdekt in Gelderland, ergens in de Achterhoek. Deze vogel bleef hier overwinteren tot en met 8 mei, en werd door vele honderden vogelaars bezocht.

6107465
Bruine Klauwier bij Netterden, 23-02-2014, 1e geval voor Nederland (Foto: Maurits Martens)

Zeldzamer dan Bruine Klauwier is de Maskerklauwier, welke broedt van Griekenland, Turkije tot in het Midden-Oosten en overwintert in Afrika. Na gevallen in landen zoals Finland, Zweden, Noorwegen, Brittannië, Frankrijk, Spanje en Italië werd er vorig jaar een Maskerklauwier gezien in Nederland (Nog niet aanvaard door CDNA). In november werd een vogel gefotografeerd op Terschelling. Helaas werd deze intrigerende waarneming pas begin dit jaar bekend. Zoektochten leverden niks meer op. Hopelijk komt deze soort een keer in de herkansing. Er werd dit jaar overigens ook één gevonden in Duitsland, op Helgoland, de 1e ook voor dat land.

Dan rest er nog één soort, de allerzeldzaamste. Een soort die niet alleen zeldzaam is in Nederland en Europa, maar zelfs in de hele WP, het West-Palearctische gebied (Europa, Noord-Afrika en Midden-Oosten). De Langstaartklauwier, een extreme dwaalgast die tot op heden nog maar 9 keer is waargenomen in de WP.

Op 31 oktober 2011 zat er een Langstaartklauwier op de Oude Vuilnisbelt bij Den Helder en trok die dag naar schatting zo’n 300 vogelaars. De volgende dag was de vogel gevlogen. Nadat de soort werd vastgesteld in Zweden (1999), Schotland (2000) en Denemarken (2007), betrof deze vogel de 4e waarneming voor Europa. In het Midden-Oosten is de soort vastgesteld in Israël (1983), Turkije (1987), Jordanië (2004) en Koeweit (2004, 2006). De soort broedt van Zuid-Kazachstan tot ver in India en trekt normaal gesproken naar Zuidoost-Azië om te overwinteren. De Europese gevallen vlogen dus helemaal de verkeerde kant op, naar noordwest i.p.v. zuidoost, een verbazingwekkend stukje vliegen voor zo’n vogel.

irf12
Langstaartklauwier, Den Helder – Oude Vuilnisbelt, 31-10-2011 (Foto: Johan op den Dries)

Dat is één van de redenen wat me zo raakt als het gaat om klauwieren en vogels in het algemeen, de enorme afstanden die ze afleggen. Wat zullen sommige klauwieren veel hebben gezien van de wereld tijdens hun trektocht. Gedreven door hun instinct om te oeverleven en de romantiek om zich voort te planten en niet uit te sterven als soort. Een eenzame vogel die extreme weersomstandigheden, grote open zeeën, woestijnen en bergen trotseert met daarbij de aanwezige kans om uit koers te raken en nooit meer de weg terug te vinden naar zijn geboorteplek en ergens ver van huis aan zijn einde komt, zie het voor je. Klauwieren, kleine wonderen van moeder natuur die niet terugdeinzen voor grootse wereldreizen.

In de lente en zomer is het altijd weer genieten van Grauwe Klauwieren die ergens een territorium hebben bemachtigd. In het najaar is het hopen op een zeldzame dwaalgast en dat je als vogelaar getuige mag zijn van een globetrotter. In de winter is iedere Klapekster een cadeautje van moeder natuur.

Dankwoord

Mijn dank gaat uit naar de volgende personen voor het verstrekken van foto’s; Folkert Jan Hoogstra, Theo van Veenendaal, Maurits Martens, Eric Menkveld, Johan op den Dries, Lars Buckx, Arjan Esschendal en Rob van der Woude.

Bronnen en referenties

Atlas van de vogeltrek [2007, Jonathan Elphick]

SOVON Vogelonderzoek Nederland [https://www.sovon.nl/]

Dutch Birding [2012, jaar van de klauwieren]

Waarneming.nl [http://waarneming.nl/familie/view/166]

6629793
Roodkopklauwier, Amsterdam, 24-05-2014 (Foto: Maurits Martens)

Een reactie op “Klauwieren in Nederland; Gemaskerde killers van open terreinen en globetrotters

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s