Beetsterzwaag Big Day 2026

Intro

Op 4 mei heb ik weer een big day gedaan in en rondom mijn woonplaats Beetsterzwaag. Een lange dag vogels kijken, met als doel zoveel mogelijk soorten zien (en horen). Eind april of ergens in de eerste helft van mei geeft de meeste kans op zoveel mogelijk soorten. De meeste zomergasten zijn weer teruggekeerd, er is nog enige kans op late wintergasten en als het meezit veel soorten op trek, waaronder roofvogels en steltlopers. Het doen van een big day staat of valt met het weer. Het meest ideaal is droog, weinig wind en heldere omstandigheden. Met regenachtig weer, een windkracht boven 3 bft en/of mist kan ook, maar dan is het veel harder werken voor waarschijnlijk minder soorten. De weersvoorspellingen worden dan ook nauwlettend in de gaten gehouden in de weken voor begin mei.

Weersvoorspellingen en voorpret

De eerste keuze valt op 1 mei, de tweede keuze op 2 mei, net als vorig jaar. Echter, mijn werkplanning is ook medebepalend voor wanneer ik precies de big day zal gaan doen. Uiteindelijk wordt het 4 mei, de voorspellingen zijn nagenoeg ideaal. ’s Nachts droog, vrij helder, weinig wind en een tempratuur van ongeveer 10 graden. Nachtvogels zoals porseleinhoen, waterral, uilen en rietvogels zullen vast lekker actief zijn. En wie weet zit er weer ergens een nachtzwaluw te snorren, net als vorig jaar. Helaas (nog) geen jaarlijkse broedvogel bij Beetsterzwaag, en daarom een zeldzame regiosoort. Echter, plaatselijk is geschikt habitat aanwezig, zoals open heide en naaldbossen, kapvlaktes die in verbinding staan met brede bosranden, brede zandpaden, open zandgrond. Deze locaties zijn vaak ook rijk aan insecten, het voedsel van deze prachtige nachtvogel.

Alleen al op zoek gaan naar nachtzwaluw in potentieel geschikte gebieden, is voor mij een hoogtepunt op zich. Het geeft altijd een magisch gevoel om deze soort te horen of te zien vleugelklappen in de schemer. Vooral als je niet zeker weet of er één zit. Maar ook is het weer uitkijken naar baltsende houtsnippen, een soort die het uitstekend doet in Beetsterzwaag. En natuurlijk de bosuilen die soms vanuit alle windhoeken hun onmiskenbare roep ten gehore brengen. En zullen alle vijf spechtensoorten meewerken op de big day? Grote bonte specht en groene specht zijn talrijk en middelste bonte specht neemt gestaag toe als broedvogel. Zwarte specht doet het ook goed en nog nooit had ik zoveel territoriale kleine bonte spechten als in de afgelopen weken. Maar kleine bonte specht is nooit een garantie op een big day. Hopelijk wat meer soorten roofvogels dan vorig jaar, toen de zon het liet afweten, waardoor weinig roofvogels actief waren.

Enkele feiten en cijfers big day 2026

Op 4 mei wist ik uiteindelijk 134 vogelsoorten waar te nemen, waarmee het recordaantal van 124 soorten vorig jaar, ruimschoots is verbroken. Dit aantal lag niet in de lijn der verwachting, omdat het weer met name ’s ochtends ongunstig uitpakte. Er viel uiteindelijk veel neerslag in de vorm van matige regen en motregen, en er was plaatselijk dichte mist. In onderstaande tabel enkele cijfers en een samenvatting van de weersomstandigheden.

Waargenomen soorten

Hieronder per vogelgroep een samenvatting van de mooiste soorten, en schaarse/zeldzame soorten. Voor de complete daglijst met soorten, zie: Beetsterzwaag Big Day – 4 mei 2026

Nachtvogels: van uilen tot rallen en zangvogels

Hoewel de nacht doodstil begon, met niet eens een plaatselijke scholekster of wilde eend roepend, werd het uiteindelijk een prachtige nacht met een breed scala aan soorten. Na enig zoekwerk laat een ransuil zich horen vlakbij mijn huis, een mannetje. Onderweg vanaf de fiets vliegt een kerkuil vlakbij langs. Mijn zorgen omtrent een stil begin van de nacht, verdwijnen als sneeuw voor de zon. Dit was al een mooi begin, twee uilensoorten binnen een halfuur. Terwijl de makkelijkste uil, bosuil, nog op zich liet wachten. In het natuurreservaat Van Oord’s Mersken, ten oosten van Beetsterzwaag, werd het pas echt genieten. Sprinkhaanzanger hier, sprinkhaanzanger daar, de soort doet het opvallend goed dit jaar. Blauwborst, Cetti’s zanger, roerdomp, koekoek en maar liefst drie nachtegalen zingend. Het porseleinhoen dat ik in de eerste helft van april hier hoorde, is nog aanwezig en roept enkele keren zijn onmiskenbare ‘zwiep’. Waterral is makkelijk en zelfs een zomertaling laat zich horen.

Met al zo’n 25 soorten op zak, fiets ik richting de bossen. De eerste bosuil van de nacht roept vanuit een klein bosje, een vrouwtje. Verderop nog enkele vogels vanuit de uitgestrekte bossen. Ook de uil der uilen laat in de verte van zich horen, Oehoe. De zware en verdragende roep is niet te missen.

Heidevogels: vogelconcert op de vroege ochtend

Na de nachtsessie is het tijd om op de hei op te gaan. De ‘usual suspects’ beginnen nog voordat het licht is met zingen: gekraagde roodstaart, roodborsttapuit, rietgors en zanglijster. Houtsnip laat niet lang op zich wachten met ‘knorren en zippen’ in de schemering. Kraanvogels schitteren door afwezigheid, een groot gemis op deze vroege ochtend. Het missen van de kraanvogels wordt gecompenseerd met een onverwachte soort, een zingende wielewaal. Verder is het zoals altijd weer genieten van de ene na de andere soort die begint met zingen. Fitis, tjiftjaf, boompieper, kneu, putter, geelgors, het soortenaantal loopt snel op.

Bosvogels: van spechten tot mezen en vinken

Bosvogels doen het over het algemeen goed in en rondom Beetsterzwaag. Met bosvogels doel ik op soorten die vrijwel uitsluitend in het bos leven/broeden. Goudhaan en vuurgoudhaan zingen vanuit eenzelfde spar, vanuit alle hoeken bonte vliegenvangers. Bonte vliegenvanger is een typische ‘Beetsterzwaag soort’, deze (plaatselijk schaarse/zeldzame) zomergast is algemeen in Beetsterzwaag. In Beetsterzwaag niet echt specifiek gebonden aan bos, de aanwezigheid van nestkasten is bepalend, en die hangen volop in Beetsterzwaag. Vele tientallen territoria en broedpaartjes zowel in de bebouwde kom als in het bos. De concurrentie om nestkasten met bijvoorbeeld koolmees en pimpelmees, lijkt beperkt.

De eerste specht van de dag is zoals altijd de talrijke grote bonte specht, ook geen specifieke bosvogel. Net als de kleurrijke groene specht, die je vooral tegenkomt in de bebouwde kom. Foeragerend op veldjes, tussen stoeptegels, op zoek naar mieren. In iedere groene tuin, park, bosschage, beukenlaan of houtwal heb je goeie kans er één te horen of te zien. Natuurlijk is de golfbaan middenin de bossen ook een hele goeie plek. Goudvink zingend, zwarte specht roffelend, dat zijn typische bosvogels. Groepjes appelvinken hoog in de boomkruinen, ook zo’n algemene soort in Beetsterzwaag. Net als grote lijster, welke vanuit alle hoeken in het bos zijn luide zang ten gehore brengt. Verderop na enig geduld een middelste bonte specht met zijn klaagzang, vrij snel gevolgd door een langsvliegende ijsvogel. De mezen zijn erg stil, maar na vele fietsrondjes door het bos twee kuifmezen, zwarte mees, glanskop, matkop en staartmees. Schaarse bosvogels zijn er in de vorm van raaf, fluiter en kruisbek.

Huis, tuin- en keukenvogels: van huismus tot gierzwaluw

In de bebouwde kom werken de algemene vogels die gebonden zijn aan bebouwing, prima mee. Huismussen op verschillende plekken tjilpend, nestelend en kwetterend. Sierlijke lage giervluchten van gierzwaluwen tussen de huizen door, waar meerdere nestlocaties zitten. Geen huiszwaluwen te bekennen. Turkse tortel, kauw, heggenmus en groenling zijn niet te missen. Het duurt even, maar bij een boerderij zit een zwarte roodstaart luidkeels te zingen. Ekster is nergens te bekennen in Beetsterzwaag zelf, maar bij een boerderij zie ik uiteindelijk het enige exemplaar van de dag.

Watervogels

Ook de watergebonden vogels zoals eenden, ganzen, zwanen en futen werken goed mee. ’s Nachts had ik al zomertaling, overdag is het genieten van onder meer bergeenden, smienten, tafeleenden, slobeenden, kuifeenden en baltsende futen en dodaarzen. Bij de zandwinplas zitten maar liefst vijf kolganzen tussen de ontelbare grauwe ganzen. Brandgans is de grootste afwezige vandaag. Knobbelzwanen zitten goed verstopt vandaag. Normaal zie ik rondom Beetsterzwaag al gauw enkele tientallen, vandaag pas na vele slootjes afspeuren een enkel paartje. Kleine plevieren laten zich leuk zien bij de plaatselijke zandwinplas, ondanks werkzaamheden waarbij vrachtauto’s af en aan rijden met zand. De vogels lijken gewend aan de bedrijvigheid rondom de plas.

Weidevogels en steltlopers: van grutto tot lepelaar

Onder de weidevogels wordt vaak vooral gedacht aan een vijftal typische steltlopers, die van oudsher thuishoren in het Nederlandse boerenland. Grutto, kievit, scholekster, tureluur en wulp. Maar er zijn veel meer soorten die kunnen gedijen bij een gezond boeren landschap. In de vogelrijke weilanden ten westen van Beetsterzwaag is dat te zien en te horen. Dankzij goeie samenwerkingsverbanden tussen boeren, natuurorganisaties, vogelwachten, vrijwilligers en plaatselijke initiatieven, worden prachtige en waardevolle stappen gezet. Belangrijke stappen voor een toekomstbestendig, fraai en gezond landschap voor mensen, dieren en planten.

Kruidenrijke graslanden worden afgewisseld met plas-dras, sloten met schuin aflopende taluds, her en der ruimte voor ruigtekruiden. Er wordt ruige mest gebruikt in plaats van kunstmest/drijfmest. Ruige mest komt ten goede aan het bodemleven en trekt insecten aan, en zodoende een onmisbare voedselbron voor vogels, waaronder kuikens. En het maaibeheer is afgesteld op de behoeften van soorten als grutto en wulp. Broedende grutto’s worden gezien als kroon op het vele werk met specifieke/kostbare maatregelen. Grutto’s stellen hoge eisen aan hun leefgebied, alles moet kloppen. Als er grutto’s broeden en de kuikens voldoende voedsel kunnen vinden om te overleven, is dat een teken dat ook veel andere soorten profiteren van een afwisselend landschap met ruimte voor natuur. En zeg nou zelf, wie wordt niet gelukkig van grutto’s, kieviten en wulpen?

Op de big day sta ik dan ook met een grote lach te genieten van de vele vogels in de weilanden ten westen van Beetsterzwaag. Het werkt echt, al die inspanningen voor een vogelrijk landschap. Niet alleen voor grutto’s, kieviten, tureluurs en scholeksters, ook witte kwikstaarten, gele kwikstaarten, graspiepers, veldleeuweriken, roodborsttapuiten en trekvogels zoals lepelaar, bosruiter, zwarte ruiter, groenpootruiter, Temmincks strandloper en groepen regenwulpen. Kruidenrijke graslanden met veldzuring, poelruit, moerasspirea, koekoeksbloemen, boterbloemen en allerlei soorten grassen. Insecten die meeprofiteren, waaronder vlinders, bijen en zweefvliegen.

Roofvogels, en hoe het allemaal goed kwam…

Door aanhoudende regen in de ochtend, duurde het behoorlijk lang voordat de eerste roofvogels actief werden. Heel lang moest ik het doen met slechts een kekkende havik in het bos. Pas rond 14:45, toen de zon spaarzaam tevoorschijn kwam, dienden de eerste buizerds zich aan. Snel gevolgd door torenvalk en bruine kiekendieven. Zeer fraai was een wespendief op grote hoogte richting oost, de eerste van het jaar. Een jagende sperwer bij een boerderij was mooi meegenomen. De vogel greep bijna een spreeuw uit de lucht. Een op libellen jagende boomvalk was onverwacht en mooi te zien. Een zeearend gaf een korte vliegshow, waarmee het gemis van de roofvogels gedurende deze dag helemaal goed werd gemaakt. De uiteindelijke kers op de taart was toch wel een rode wouw die ik aanvankelijk hoog zag zweven, maar later kortstondig in een boom ging zitten. Poetsend, om zich heen kijkend, vervolgens weer op grote hoogte cirkelend. Geweldige waarneming.

En tot slot…

De gehoopte kraanvogels lieten lang niks van zich horen, ik begon te vrezen dat ze misschien niet meer aanwezig waren in de omgeving. De soort heeft een poging tot broeden gedaan, maar waarschijnlijk is dit mislukt door aanhoudende droogte in april. Hierdoor werd het nest zeer kwetsbaar voor predatie door bijvoorbeeld vos, huiskat of marters. Dit in combinatie met een relatief klein leefgebied t.o.v. het Fochteloërveen en Dwingelderveld. Wie weet volgend jaar weer een nieuwe kans? Gelukkig laat het paartje toch nog van zich horen aan het einde van de dag, toch weer een kippenvel momentje… of zijn de vogels elders stiekem toch opnieuw begonnen met broeden?

De laatste soorten van de dag betreffen watersnip (#133, kloktikkend/baltsend om 19:05) en toch nog onverwachts kleine bonte specht (#134, zingend vanuit waarschijnlijke nestboom, 19:49). 20:00 besluit ik dat het mooi is geweest en dat er niet echt iets meer te halen valt. Met 134 soorten ben ik zeer tevreden, wat een dag, wat een soorten, wat een vogelrijkdom. En nog belangrijker: de big day zat weer vol mooie momenten en onverwachte waarnemingen, en veel afwisseling in landschappen en natuur binnen ca 10 km rondom Beetsterzwaag. De grootste missers waren: brandgans en grote zilverreiger. Daarnaast had nog een scala aan soorten gekund: bonte strandloper, visarend, slechtvalk, zilvermeeuw, nachtzwaluw en snor zijn hiervan voorbeelden. Voor bosrietzanger was het nog te vroeg in het jaar.

Hoogtepunten/beste soorten

  1. Oehoe (zeer zeldzaam)
  2. Kerkuil
  3. Porseleinhoen (schaars)
  4. Cetti’s zanger (nog steeds schaars, maar neemt toe)
  5. Zomertaling (schaars)
  6. Wielewaal (zeldzaam in de regio)
  7. Middelste bonte specht (lastig in mei)
  8. Kleine bonte specht (lastig in mei)
  9. Temmincks strandloper
  10. Zwarte ruiter
  11. Kluut (zat er opeens, na lange afwezigheid)
  12. Kruisbek
  13. Wespendief (vrij vroeg in het jaar)
  14. Boomvalk
  15. Rode wouw
  16. Pontische meeuw
  17. Spotvogel (schaars rondom Beetsterzwaag)
  18. Fluiter (schaars)
  19. Kolgans (schaars in mei)
  20. Ringmus (nieuwe locatie)
  21. Kraanvogel


Plaats een reactie