Vroeg voorjaar in de Loonse- en Drunense Duinen

Vrijdag 15 februari 2019

Na het vele uitstellen moest het er maar eens van komen, ik kwam er niet meer onderuit. Al ruim een jaar in Breda wonen en nog steeds geen bezoek hebben gebracht aan de Loonse en Drunen Duinen, een stukje Brabants woestijn. Één van de 20 nationale parken die we rijk zijn in Nederland, even ten noorden van Tilburg. Ja, het moest er maar eens van komen. De zonnige en relatief warme dag van vandaag (15-02) was er een goeie dag voor.

Zo gezegd, zo gedaan. En zo pak ik de trein naar Tilburg, bus naar Loon op Zand en dan nog een stuk lopen voor ik arriveer in het ca 3500 ha grote gebied. Een gebied dat hoofdzakelijk bestaat uit stuifzand, heide en (naald)bos. Na eerst in Loon op Zand bomen te hebben afgezocht op korstmossen, wandel ik linea recta naar het eerste gedeelte van de Loonse en Drunense Duinen, een deelgebied dat hoofdzakelijk bestaat uit naaldbos met oude dennen en sparren. Het KNMI heeft niks teveel gezegd, het is volop lente.

bdr
Stuk naaldbos

Dat is naast bloeiende krokussen en sneeuwklokjes vooral ook te merken aan de vogels, die vandaag helemaal los gaan, love is in the air. In de bebouwde kom zongen veel Heggenmussen, in iedere tuin leek een territoriaal mannetje te zitten. In het bos vooral veel Boomklevers, BoomkruipersVink, Kuifmees, Pimpelmees, Koolmees en Putter. Ook een mooi mannetje Zwarte Specht hoopt een vrouwtje te lokken. Verder veel Grote Bonte Spechten, enkele Appelvinken en Goudvinken. En zo kan de vogelaar in mij op deze vroege voorjaarsdag in alle rust zijn hart ophalen. Vroeg, omdat het eigenlijk nog winter is, vanuit weerkundig oogpunt. Maar de temperatuur loopt aardig op vandaag.

bty
Loonse- en Drunense Duinen

Na een fijne boswandeling is daar het eerste gedeelte stuifzand en droge heide. Mijn oog valt al snel op de vele korstmossen hier. In de Loonse en Drunense Duinen kom je veelal korstmossoorten tegen die gebonden zijn aan stuifzanden en heide. De eerste opvallende soorten zijn niet te missen, mits je naar de grond kijkt. Varkenspootje, Open Rendiermos, Open HeidestaartjeRafelig Bekermos, Dove Heidelucifer, Rode Heidelucifer, Rood Bekermos, Gevorkt Heidestaartje, Girafje en het vrij zeldzame Duinbekermos. Wat hebben die korstmossen toch prachtige namen.

bty
Varkenspootje
bty
Open Rendiermos
bty
Open Heidestaartje
bty
Rood Bekermos

Even verderop op dood naaldhout Bruin Bekermos en Fijn Bekermos. Van de gewone mossen zijn Ruig Haarmos, Roodviltmos en Heideklauwtjesmos enkele opvallende verschijningen. Terwijl ik op mijn knieën zit te genieten van al dat moois vliegen er wintergasten over. Groepen Sijzen met een enkele Keep ertussen. Op thermiek enkele Buizerds. Vanuit het bos een baltsende Havik met zijn ‘ge-kek’. Nee, het KNMI heeft niks teveel gezegd. Een graadje of 16, windstil en kraakhelder, het is voorjaar. En daar waren we eigenlijk best aan toe na een grauwe- en regenachtige periode. Wel denk ik dat de regen nodig is geweest ter compensatie van een zeer droge zomer in 2018.

bty
Ruig Haarmos met roodgele kapseltjes
bdr
Bruin Bekermos
bty
Plukresten van Houtduif, vermoedelijk het werk van een Havik

Het is wachten op de eerste Citroenvlinder die ik nog moet tegenkomen. De eerste hommel is in ieder geval een feit. Maar één hommel maakt nog geen lente. Misschien zit er zelfs een hagedis in voor vandaag, of zou dat iets teveel gevraagd zijn op deze vroege voorjaarsdag? . Ik ben eigenlijk al heel blij met al die fraaie korstmossen. Verderop in een stuk droge heide valt mijn oog weer op verschillende bekermossen. Dit keer kom ik weer een vrij zeldzame soort tegen, met enigszins geluk, het Stuifzandstapelbekertje. Ook leuk zijn Vertakt Bekermos en Bruin Heidestaartje. Het zijn soorten die je gemakkelijk over het hoofd ziet als je er niet even voor gaat zitten.

bty
Stuifzandstapelbekertje
bty
Rafelig Bekermos

Een flink stuk verderop laat ik het stuifzand langzaam achter me en arriveer ik in een stukje droge heide met vooral ook veel pijpenstrootje-vegetatie. Best een mooi habitat voor de Levendbarende Hagedis, het enige reptiel dat voorkomt in de Loonse en Drunense Duinen. De Zandhagedis ontbreekt geheel in Noord-Brabant. Enfin, al fantaserend over mijn eerste reptielenwaarneming voor 2019 loop ik voorzichtig door de vegetatie. Al snel hoor ik iets verdachts, een ‘ritsel’ die meteen doet denken aan een hagedis tussen de dorre vegetatie. Het kan natuurlijk ook gewoon een blaadje zijn.

bty
Levendbarende Hagedis, mijn vroegste ooit en mijn tweede voor februari

Ik blijf stilstaan in de hoop op beweging vanuit een pol pijpenstrootje. Maar het lijkt vals alarm, geen hagedis te bekennen. Net als ik weer een stap zet hoor ik weer geritsel en zie ik nog net het silhouet van een hagedis wegkruipen tussen het pijpenstrootje. Dus toch! Al gauw neemt het reptiel een zonnebad. Waarschijnlijk is het vandaag of gister ontwaakt tijdens de oplopende temperaturen. Een mooi adult exemplaar. Het zal de enige van vandaag zijn, ondanks gericht speurwerk vindt ik er niet meerdere.

bty
Leefgebied van Levendbarende Hagedis in Loonse en Drunense Duinen. Droge heide i.c.m. pijpenstrootje en enkele verspreid staande struiken- en bomen

Het blijft een bijzonder gevoel, het eerste reptiel van het jaar. Een beetje alsof je het weer voor het eerst in je leven meemaakt. Gelijk denk ik weer terug aan de eerste reptielen van voorgaande jaren, een flinke verzameling mooie herinneringen. Deze Levendbarende Hagedis betreft overigens mijn vroegste ooit en pas mijn tweede voor de maand februari. In 2016 zag ik een Levendbarende Hagedis op de Veluwezoom op 29 februari (schrikkeldag). Een ruimschoots verbroken datumrecord zeg maar.

Echt wonderbaarlijk is het niet, aangezien aanhoudend winters weer schaars is vandaag de dag in Nederland, en het weer toch min of meer zacht is. De natuur reageert daar heel sterk op. Januari is (nog) de enige maand waarin ik geen reptielen waarnam. Verder is het uitblijven van een echte winter te merken aan (trek)vogels, insecten en planten die vroeg in de knoppen komen/bloeien. Veel vogels beginnen steeds eerder in het jaar met zingen. Zo hoorde ik afgelopen weken al meerdere Merels en Zanglijsters zingen. 10 jaar geleden hoorde ik die pas eind februari/begin maart. Fenologie, ook interessant.

bty
Stuifzand

Hoe dan ook, ik heb een goeie eerste indruk gekregen van de Loonse en Drunense Duinen op deze vroege lentedag. Wonder boven wonder zag ik vandaag geen Citroenvlinder, terwijl ze massaal gezien zijn (in heel het land). Maar je kunt ook niet meteen alles hebben, nietwaar? Grote kans dat ik binnenkort de rest van dit uitgestrekte gebied met een bezoekje zal vereren. Een stuifzandgebied waar je goed je gedachten kan laten wegblazen door de wind die er vrij spel heeft.

bdr

 

 

 

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s