In september 2003 kwam ik voor het eerst in Beetsterzwaag. Ik maakte kennis met de verassende natuur waarmee Beetsterzwaag is omringd. Veelal bos, maar ook een reeks prachtige heideterreinen en vennen. Ik was toentertijd 14 en inmiddels gefascineerd geraakt door reptielen en amfibieën. In juli was ik op vakantie geweest in Spanje en zag tijdens een wandeling door de bergen mijn eerste reptielen in het wild, waaronder een muurgekko die mij beet nadat ik het in mijn handen vastpakte.

Deze eerste ontmoeting met hagedissen in de vrije natuur is me altijd bijgebleven. Nadien ben ik me gaan verdiepen in de Europese soorten. Toen ik erachter kwam dat in Nederland ook reptielen zijn te vinden, besloot ik me in te lezen in deze soorten. Een enkele soort, zoals de adder en de ringslang, kende ik al een beetje. Al gauw ontstond de behoefte om de inheemse reptielen te gaan zoeken. In Beetsterzwaag maakte ik voor het eerst kennis met onze meest voorkomende hagedis, de levendbarende hagedis. Op een open plek in het bos, met wat heidevegetatie, kwam ik een handjevol exemplaren tegen.

In het voorjaar van 2005 ging ik vaker naar Beetsterzwaag toe. Ik ontdekte steeds weer nieuwe plekjes in het bos waar ik levendbarende hagedissen tegenkwam, soms vergezeld met waarnemingen van hazelworm, adder en ringslang. Ik raakte meer en meer gefascineerd door de natuur van Beetsterzwaag. Vaak kon ik met een beetje geluk een hagedis mooi volgen en bekijken. Zo herinner ik me een hagedis die een dennenboom in klom, een drachtig exemplaar onder een stukje mos en een blauwgroen getekend mannetje zonnend op een boomstronk. Ik zag ook eens een groepje pasgeboren levendbarende hagedissen bij elkaar op dood hout. Deze waren een stuk minder schuw dan de volwassen dieren. In de loop der jaren kwam ik geregeld in Beetsterzwaag om te genieten van al dit mooie natuurschoon. De meest interessante plekjes voor reptielen wist ik inmiddels te vinden.

En nu, in 2023, herbergt Beetsterzwaag nog altijd een vrij grote populatie levendbarende hagedissen. Op sommige plekken is de soort verdwenen of sterk in aantal achteruit gegaan, als gevolg van verbossing, waarbij open terreindelen zijn dichtgegroeid. Omdat reptielen koudbloedig zijn hebben ze open plekken nodig om zonnewarmte op te nemen. Ook verstoring door recreatie (mountainbikers, wielrenners, loslopende honden) speelt op sommige plekken een rol in het teruglopen van de aantallen hagedissen. Gelukkig zijn er ook plekken waar de soort is toegenomen of min of meer stabiel is gebleven.

Ik zag ook dit jaar op veel verschillende plekken in en nabij Beetsterzwaag levendbarende hagedissen, waaronder op voor mij nieuwe locaties. De beste plekken zijn de wat grotere heideterreinen en vennen in de bossen, brede bospaden met open bosranden en de uitgestrekte Liphústerheide. Bij enkele bosvennen en op de Liphústerheide zag ik onlangs veel juveniele, pasgeboren diertjes. Op de Liphústerheide zag ik ze op en langs het fietspad dat het heidegebied doorkruist. Het doet me goed om te merken dat bepaalde soorten het na al die jaren nog redelijk vergaat, al verschilt het per plek. Dit geldt ook voor andere kwetsbare soorten in de omgeving, zoals hazelworm, heideblauwtje, koraaljuffer en gevlekte witsnuitlibel.


