2025 in vogelvlucht

Terugblik op het vogeljaar 2025

Verlaten straten, resten vuurwerk, een harde en kille westenwind, donkergrijze regenwolken waar de zon met moeite doorheen prikt. De eerste tuinvogels van 2026 laten zich beetje bij beetje zien in de luwte van bomen, struiken en huizen. Koolmezen, pimpelmezen, grote bonte specht, heggenmus en roodborst op de voedertafel. Huismussen bovenin de struiken, onderin merels. Turkse tortel zingt in alle rust, alsof het voorjaar is. Alsof er afgelopen avond en nacht niks is gebeurd. Goudhaantje druk fladderend in de coniferen. Op de ochtend van nieuwjaarsdag is het toch een stukje geruststelling, als er vogels zijn te zien. Dat de impact van al dat vele vuurwerk dat gisteravond en vannacht de lucht in is gedaan, misschien toch enigszins verwaarloosbaar is. Wat natuurlijk niet zo is, want kolganzen en brandganzen vlogen gister de hele dag alle kanten op, in paniek. Eigenlijk niet wetende waar naartoe te vliegen. En er zijn overduidelijk minder vogels te zien dan afgelopen dagen/weken.

Geen sijzen in de elzen, geen appelvinken te bekennen die de laatste tijd in grote getale aanwezig zijn, geen waterhoen in het plasje waar de soort dagelijks zit, geen grote groepen zwarte kraaien en roeken in het stukje bos naast huis, moeite moeten doen om een gaai, boomklever of winterkoning te vinden. Ja, vuurwerk heeft zeker grote impact op de leefomgeving en de rust voor vogels. Des te blijer ik ben met de vogels die zich wel laten zien. En vlak voor 01:00 zowaar een roepend mannetje bosuil. Dus toch een goed begin van het vogeljaar 2026. Nieuwjaarsdag is een mooi moment om terug te blikken op het vogeljaar 2025. En dat was voor mij een intens en ongekend mooi en bijzonder vogeljaar. Zo zag ik vijf nieuwe soorten in Nederland, deed een jaarlijst en ontdekte zelf een zeldzame soort bij Beetsterzwaag. In maart een prachtig natuurweekend in de Harz en in november Bonaire. Ik laat Bonaire in dit jaaroverzicht buiten beschouwing, aangezien er nog een aantal verhalen over deze prachtige reis online zullen komen (januari/februari).

Begin januari 2025 nam ik mezelf voor om minstens 300 soorten te zien in Nederland. Een uitdaging, maar zeker haalbaar. Met 300 soorten heb ik de lat voor mezelf niet te hoog gelegd. Af en toe plaatste ik een update op mijn blog over de jaarlijst, maar de laatste tijd is het er door tijdsgebrek niet meer van gekomen. Ik kan terugkijken op een fantastisch vogeljaar met veel soorten, uiteindelijk wist ik 329 soorten waar te nemen. Nog nooit zag ik zoveel soorten in een jaar tijd. Vaak ging ik met Folkert Jan op pad, en beleefden we mooie avonturen. Soms dicht bij huis, soms waren we lange dagen op pad en gingen dan o.a. naar Zuid-Holland, Texel, Flevoland of Zeeland in combinatie met Noord-Brabant. Of Noord-Limburg. Dat maakt het doen van een landelijke jaarlijst ook leuk, je komt in alle hoeken van het land. Voor een overzicht van alle waargenomen soorten, zie: Jaarlijst 2025 – Nederland

Natuurlijk kun je onmogelijk alles zien, en mis je altijd soorten die je ook graag had willen zien. Missers voor mij waren in 2025 een withalsvliegenvanger in Wede-Den Hoorn (GR), vale gieren die in mei/juni op veel plekken in Noord-Nederland werden gezien, kortteenleeuwerik bij IJmuiden (NH), woestijnplevier in de Breebaartpolder (GR) en kleine burgemeester in Leiden (ZH). De allergrootste misser was de Canadese kraanvogel die van 22 tot 26 april verbleef op de akkers nabij Fochteloo (FR) tussen de Europese kraanvogels. Vanwege de kwetsbaarheid van het gebied werd deze intrigerende waarneming geheim gehouden. Slechts een handjevol mensen hebben de vogel gezien. Een droomsoort om ooit eens in Nederland te zien. In de winter van 2024/2025 verbleef een Canadese kraanvogel vlak over de grens in Duitsland. Fochteloërveen en omgeving is de plek waarvan ik (en andere vogelaars) al vermoedde dat er ooit een Canadese kraanvogel zou opduiken. Dat werd dan toch bevestigd. Hopelijk komt er een herkansing, het liefst in het mooie Fochteloërveen.

Hoogtepunten zijn er eigenlijk teveel om op te noemen. Als je een jaarlijst doet zie je ontzettend veel, omdat je jezelf een duidelijk doel stelt. Je komt op de gekste plekken en in de mooiste gebieden van Nederland. Op plekken waar je nooit eerder bent geweest. Ik ben er voor de volle 100% voor gegaan, al moet ik toegeven dat ik soms wel een dipje heb gehad. Dat het soms even teveel werd om achter soorten aan te gaan die ik toch graag wou zien voor de jaarlijst. Ik heb dan af en toe ook soorten gelaten voor was het was, omdat ik simpelweg niet de tijd en energie had om er uren aan te spenderen. Als je eenmaal 300 soorten hebt gezien, ga je toch weer de lat voorzichtig hoger leggen. Het waarnemen van 329 soorten in een jaar is al één groot hoogtepunt op zich. Alle avonturen, mooie momenten, herinneringen die je maakt, gesprekken die je hebt met vogelaars en andere mensen als je op pad bent, het vele buiten zijn, het maken van mooie foto’s en filmpjes.

Ik denk met veel genoegen terug aan de lange dagen vogels kijken op Ameland in februari, toen het echt even winter was met ijs en sneeuw. Met mooie soorten zoals roodhalsgans, slechtvalk, ijsgors, sneeuwgors, strandleeuwerik en een overwinterende hop. Maar ook de drieteenstrandlopers die voor de golven uitrennen blijven een lust voor het oog. Ik zou ze eindeloos kunnen observeren. Een lang weekend in het Harz gebergte in Duitsland met Folkert Jan, Jeroen en Merel was fantastisch. Alsof we in een droom zaten zagen we dwerguil, ruigpootuil en grijskopspechten. Een lange zoektocht op verschillende plekken in Friesland naar de kleine bonte specht op zich was al leuk. Het uiteindelijk ontdekken van een nestlocatie in een oude eik bij Beetsterzwaag was nog leuker. Een bosuil in een oude beuk in de buurt van Velp (GE), waar ik woonde tijdens mijn studietijd, was ook erg fraai.

En dan heb ik het nog niet eens gehad over het begin van 2025. 2025 kende een bijzonder spectaculair begin. Op 3 januari werd al de eerste nieuwe soort voor Nederland ontdekt, een Pacifische parelduiker te Neeltje Jans (ZL). Na een slopende reis vanuit Italië, waar ik oud en nieuw doorbracht met Siska, Gerard en Marion, zag ik de vogel op de middag van 5 januari. Fraaie soort, en niet iets wat snel wordt overtroffen, zou je denken. Maar niks bleek minder waar. Op maandagmiddag 13 januari was er ongekende verbazing en paniek onder vogelend Nederland. Er werd een BRILEIDER(!) voor de oostkust van Texel gemeld, dat kon toch niet waar zijn? Brileiders zijn vogels die broeden in Alaska en Noordoost-Siberië en overwinteren in wakken in de Beringzee. Was het een hoax? een grap? Geen enkele reden om een brileider te verwachten in Nederland. Maar het duurde niet lang voor de waarneming werd bevestigd. Er zat daadwerkelijk een brileider in de Waddenzee, ter hoogte van het Wagejot. Ongelooflijk!

Ik liep net in de bossen bij Beetsterzwaag toen de vogel rond 13:30 werd gemeld. Ik hoopte bosvogels zoals zwarte specht, kleine bonte specht, kruisbekken en houtsnippen te vinden. Ik heb geen seconde getwijfeld en ben teruggelopen naar mijn fiets die een kilometer verderop stond. Folkert Jan gebeld, die kon het ook amper geloven. We overwogen enkele scenario’s en besloten toch maar die kant op te gaan. Snel terugfietsen naar huis, vest ophalen, eten en drinken. Vervolgens direct door naar de carpoolplaats aan de A7 bij Beetsterzwaag, waar Folkert Jan me 14:00 oppikt. De boot van 15:30 leek haalbaar. Op het nippertje konden we nog aanschuiven op de 15:30 boot, want een flinke omleiding tussen Anna Paulowna en Den Helder kwam wel bijzonder slecht uit. Ondertussen was de brileider nog in beeld, rustig dobberend richting noord. Eenmaal op de boot vele tientallen vogelaars, andere vogelaars zullen moeten wachten op de 16:30 boot.

Vanaf de boot nog een kwartier rijden naar de locatie, een kwartier dat voor je gevoel toch langer duurt dan 15 minuten. Gelukkig is het rond 16:15 een kwestie van aanschuiven en zien we de brileider meteen dobberen. Wat een onwerkelijk mooie vogel. Een fraai mannetje in prachtkleed nog wel, tussen de gewone alledaagse eiders. Misschien wel de meest onverwachte ontdekking ooit van een dwaalgast in Nederland. Zelfs in het oorspronkelijke leefgebied is het niet makkelijk om een brileider te zien te krijgen. De wereldpopulatie wordt geschat op 350.000 tot 400.000 individuen. Eerdere gevallen van brileider in Europa zijn zeer beperkt: enkele gevallen in het uiterste noorden van Noorwegen en de Noordelijke IJszee. Het is wellicht geen goed teken dat deze onverwachte soort in Nederland verzeild is geraakt. Mogelijk speelt het smelten van poolijs hierin een rol, waardoor nieuwe vlieg- en zwemroutes ontstaan. De vogel zit op moment van schrijven (03-01-2025) in de vogelopvang van Ecomare, nadat deze verzwakt is aangetroffen. Hopelijk overleeft de vogel het. Via de website plaatst Ecomare updates over de toestand van de brileider. Ook is het mogelijk een donatie te doen, waarmee men het belangrijke werk van Ecomare steunt.

De afgelopen jaren zie ik gemiddeld vier nieuwe soorten per jaar in Nederland. In 2025 waren het er vijf, waarmee ook het voorgenomen doel om vijf nieuwe soorten bij te schrijven is gelukt. De hierboven vermelde Pacifische parelduiker en brileider betroffen twee nieuwe soorten voor Nederland in nog geen twee weken tijd. Een hele goeie inhaler betrof de Hutchins’ Canadese gans die kortstondig verbleef op de akkers ten noordoosten van Stadskanaal (GR). Het betrof het eerste exemplaar van deze uit Noord-Amerika afkomstige gans in 12 jaar tijd. De vogel van 2013 in Overijssel heb ik destijds laten lopen. Vervolgens duurt het tot mei voor ik weer een nieuwe soort kan bijschrijven. De 27e vorkstaartplevier voor Nederland verblijft een week langs de Maas, even ten noorden van Maastricht, tegen de grens met België aan. Prachtige soort en wederom een welkome inhaler.

Op 13 december kan vogelend Nederland weer naar Texel, dit keer voor een maskergors. Deze soort werd tot voor kort in Nederland alleen gevangen op ringbanen. In oktober/november is er iets bijzonders aan de hand. Verspreid door Europa duiken maskergorzen op, waaronder in Nederland. Het blijft aanvankelijk tot een enkele ringvangst, maar op 5 november wordt een exemplaar langsvliegend gezien te Westenschouwen (ZL). Daarmee was de eerste veldwaarneming van deze uit Siberië en Oost-Azië afkomstige soort in Nederland een feit. Daarna volgen nog enkele ringvangsten, het bleef spannend. De hoop op een overwinterde maskergors steeg. Uiteindelijk is het dan op 13 december zo ver, een paar scherpe vogelaars ontdekken per toeval een exemplaar in een tuin langs de Pontweg op Texel. Niet ver van de veerhaven. Op 13 december laat de vogel zich enkel ’s ochtends zien aan Texelse vogelaars, ’s middags is de vogel onvindbaar. Gelukkig komt het in de dagen erna uiteindelijk voor iedereen goed. De vogel is niet makkelijk om te zien, maar met een beetje geluk en geduld laat de vogel zich goed zien en horen. Deze vogel is momenteel (03-01-2026) nog aanwezig.

Terugblikkend op het jaar is het altijd weer lastig een keuze te maken van de mooiste vogelmomenten. Toch springen een aantal momenten eruit in 2025, die qua beleving en herinnering het meest intens waren. Memorabele waarnemingen met extra lading, in een mooie omgeving, in goed gezelschap. Of waarnemingen waarvan je het gevoel hebt dat het bijna te mooi is om waar te zijn. Hieronder per jaargetijde de mooiste momenten.

Winter

Over de brileider in januari heb ik al geschreven, een onwerkelijke soort om in Nederland te zien. Misschien wel de meest bijzondere waarneming van 2025. De overwinterende hop op Ameland was ook een prachtig moment. In eerste instantie onvindbaar, ondanks urenlang zoeken. Uiteindelijk tot op twee meter de vogel mooi kunnen observeren. Het weekend in de Harz in maart leverde twee onvergetelijke waarnemingen op van soorten die je in Nederland niet of zelden te zien zult krijgen. Ruigpootuil en dwerguil. Als ik zou moeten kiezen, ga ik toch voor de dwerguil als mooiste moment. Deze liet zich wel bijzonder fraai bekijken, van dichtbij en langdurig.

Voorjaar

In het voorjaar is het ieder jaar weer volop genieten van alles, het blijft voor mij de mooiste tijd van het jaar. Overal vogels die zingen, de voorjaarstrek, het observeren van vogels die een nest maken en bewaken met gevaar voor eigen leven. Tijdens de mooie voorjaarsdag van 8 april maakte ik een lange fietstocht in de omgeving van ’t Harde en Doornspijk (GE). Een erg leuke ontdekking was een steenuil die mooi in het zonnetje zat in een boom op een natuurlijk ingericht erf. Ik stond oog in oog met het beestje dat zijn omgeving nauwlettend in de gaten hield.

Voor mijn werk inventariseer ik jaarlijks in de periode april/juni weidevogels in verschillende agrarische gebieden in Drenthe. Agrarische percelen waar boeren met behulp van advies en financiële steun iets doen voor weidevogels. Het aanleggen van natte greppels, plas-dras, minder maaien en later in het seizoen maaien bijvoorbeeld. Tijdens deze inventarisaties kom ik veelal broedende kieviten, tureluurs, scholeksters, veldleeuweriken, gele kwikstaarten, graspiepers en roodborsttapuiten tegen. Grutto en wulp zijn schaarse tot zeldzame broedvogels in Drenthe. Op 29 mei was ik bij Wapserveen en vloog een griel langs. Een leuke soort om zelf te ontdekken, ondanks dat de vogel niet ter plaatse zat.

Veel mooier was de ontdekking van een paartje grauwe klauwier op 30 mei in de buurt van Beilen. Niet bepaald een alledaagse broedvogel in agrarisch gebied. Grauwe klauwieren zijn kieskeurige vogels die leven in landschappen met ruigte, struweel en jonge bomen. Een rijk aanbod aan grote insecten zoals kevers, bijen en hommels is essentieel. Daarnaast staan kleine vogels en muizen op het menu van deze roofzuchtige soort. De ontdekking is meteen gedeeld met de landeigenaren, die erg blij waren met grauwe klauwieren op hun land. Ontdekkingen als deze zijn belangrijk, omdat er lessen uit getrokken kunnen worden wat betreft het natuurlijk inrichten van het landschap. Daarnaast geeft het boeren extra motivatie om nog meer te doen voor natuur, landschap en (weide)vogels.

Begin juni ben ik verschillende keren op pad geweest met Folkert Jan voor een aantal zeldzaamheden. Dit leverde twee bijzondere momenten op. Op de avond van 3 juni zaten we in Weert (LI) op een bankje angstvallig te wachten tot de dwergooruil die daar al enige tijd zat, zou gaan roepen. Een dwaalgast die de laatste jaren regelmatig opduikt in Nederland. De soort zien is een grote opgave, horen is makkelijk. Maar dan moet de vogel er wel nog zitten natuurlijk. Gelukkig zat ie er nog, iets na 23:30 begon het uiltje te roepen. Een onmiskenbaar hard geluid dat doet denken aan een soort autoalarm. Ook zagen we de vogel even zitten met behulp van warmtebeeldcamera. Op 5 juni waren we getuige van een bastaardarend bij Wijhe (OV), die op een gegeven moment tegelijkertijd met een rode wouw een prachtige vliegshow gaf.

Zomer

In de zomer is het veelal rustiger op het gebied van vogels, maar op 3 augustus ging ik weer op pad met Folkert Jan. Bij Vlissingen liet een zwarte zeekoet zich fantastisch bekijken en benaderen. In eerste instantie zagen we de zeevogel in de verte als een zwart stipje dobberen. Uiteindelijk kwam de vogel rustig naar de kant gezwommen, en kon het grote genieten beginnen.

Najaar

En dan is het zomaar weer najaar, oktober. Vaak de spannendste vogelmaand van het jaar. In het weekend van 10 oktober zat ik op Vlieland voor het tweede Deception Tours weekend. Dit weekend bevatte één van de mooiste vogelmomenten van 2025. Een nachtzwaluw op klaarlichte dag in duindoornstruweel op de oostpunt van het eiland. De eerste keer dat ik een nachtzwaluw echt mooi van dichtbij zie. Ook het late tijdstip is bijzonder te noemen, aangezien de meeste nachtzwaluwen half oktober al in Afrika zitten.

In het weekend van 17-19 oktober was weer het Dutch Birding vogelweekend op Texel. Ieder jaar weer een weekend om naar uit te kijken. Het Texel najaarsweekend van 2025 zal ongetwijfeld de boeken in gaan als een memorabel vogelweekend. Er zaten veel zeldzame vogels op het eiland. De zaterdag werd een giervalk op de zuidwestpunt van het eiland opgemerkt, de kust volgend richting noord. Folkert Jan en ik twijfelden geen moment en zijn naar een strategisch punt langs de westkust gereden in de hoop de vogel op te kunnen pikken. We gingen er vanuit dat het niet zou gaan lukken deze roofvogel te zien, maar we moesten het op zijn minst proberen. Even na 12:30 parkeerden we de auto bij de Westerslag en begonnen als een stel bezetenen de lucht af te scannen. Iedere buizerd liet ons schrikken.

Dan zien we vanuit zuid een andere roofvogel die op ons af komt gevlogen. Meteen gaan alarmbellen af. We konden het nauwelijks geloven, de giervalk kwam vlak over onze hoofden gevlogen, nog steeds richting noord. Enkele gelukkige vogelaars voegen zich bij ons. We meldden de giervalk via de Texel appgroep waarna ik door meerdere mensen werd gebeld. We adviseerden mensen op uitkijkpunten langs de westkust te gaan posten, ten noorden van Westerslag. Vele vogelaars wisten de giervalk op te pikken, maar na vele updates was de vogel opeens uit beeld. Het leek erop dat de giervalk zijn koers had gewijzigd richting oost/noordoost, het eiland over. Toen werd het stil. Even later gebeurde dan toch waar iedereen op hoopte: de giervalk was neergestreken op een akker en inmiddels gaan jagen op ganzen en andere vogels. Lang verhaal kort: honderden vogelaars stonden langs de Postweg bij De Cocksdorp te genieten van een giervalk die mooi dichtbij zat, ook met prooi. Fantastisch!

De volgende dag was de giervalk nog aanwezig, waardoor ook vogelaars van de vaste wal konden meegenieten. Later op de zondag werd een spannende klapekster gezien in De Slufter. Al snel bleek het om een Aziatische klapekster (steppeklapekster) te gaan, pas de zesde waarneming voor Nederland. Nog zeldzamer dan de giervalk. Helaas was de klapekster snel uit beeld. Folkert Jan, Joop, Benjamin en ik gokten erop dat de vogel ergens aan de andere kant van De Slufter was neergestreken, achter de duinen aan de westkant. Ergens vreesden we dat de vogel wellicht doorgevlogen was, maar ook nu deden we toch maar een poging de vogel terug te vinden. Dit was wederom een goeie keuze, want na een dik halfuur lopen en een tijdje zoeken vonden we de Aziatische klapekster terug. De vogel zat vrij dichtbij in de struiken, fraai te zien in het licht van de ondergaande zon.

Het allerleukste wat betreft zeldzame vogels, is wanneer je zelf iets zeldzaams ontdekt. Na de langsvliegende griel op 29 mei, was het geluk op 22 oktober weer aan mijn zijde. Tijdens een vogelrondje tussen Beetsterzwaag en Hemrik, ontdekte ik een grijze wouw in de top van een dorre spar. Een schitterende roofvogel die lang op mijn verlanglijstje prijkte om eens zelf te ontdekken. Daar was dan dat prachtige moment waar ik naar uit keek. De vogel werd na 10 minuten weggejaagd door een raaf, en vloog laag richting west. Om nooit weer te worden gezien.

Grijze wouw / Black-winged kite

November. Een maand die vooral in het teken stond van Bonaire. Een paar weken niet met vogels in Nederland bezig zijn, niet met de jaarlijst bezig (ook niet in gedachten). Maar eenmaal terug in Nederland zat er toch een hele fraaie soort op me te wachten. Een prachtig mannetje woestijntapuit in de duinen bij Noordwijk (ZH), vrij tam. Die kon ik natuurlijk niet laten lopen. Bovendien zag ik mijn laatste woestijntapuit in 2017, dus het werd weer eens tijd. Op vrijdagmiddag 28 november hoefde ik niet lang te zoeken. De woestijntapuit foerageerde in duinpannetjes, op het zand, langs duinranden, rustig ter plaatse. Toch mooi hoe zo’n woestijnvogel één van de mooiste duingebieden van Nederland weet te vinden. Helaas werd de vogel regelmatig opgejaagd door ongeduldige fotografen. Als je een beetje geduld had, kwam de vogel vanzelf naar je toe gelopen. Mooie vogel, interessant gedrag, prachtig duinlandschap, het ruisen van de zee op de achtergrond, zonnetje erbij. Wat wil een mens nog meer?

Terugkijkend op 2025 kan ik alleen maar concluderen dat het een fantastisch en memorabel vogeljaar is geweest. 329 soorten gezien, vijf nieuwe soorten en veel mooie avonturen en momenten. En natuurlijk ook veel soorten kunnen vastleggen, met behulp van telescoop, verrekijker en telefoon. In 2026 ben ik van plan het iets rustiger aan te doen. Ik ga een Friese jaarlijst bijhouden en vooral zelf veel op zoek naar leuke soorten. Ik hoop net als in 2025 zelf een paar zeldzaamheden te ontdekken. Genieten van het buiten zijn, alle vogels die op mijn pad komen en herinneringen maken zijn het belangrijkst. Ik wens alle lezers van mijn blog een gezond en vogelrijk 2026 toe, geniet van moeder natuur. Hieronder nog een diavoorstelling.


Plaats een reactie